Nederlanders waren vlak na de 2e Wereld Oorlog echt bezig met de heropbouw en doordat dit al hun concentratie vergde werd er in die jaren helaas te weinig aan de slachtoffers van de oorlog gedacht. Die slachtoffers hadden de oorlog nog niet verwerkt en zij konden dus wel wat steun gebruiken.

Gelukkig kwam er rond de zestiger jaren meer begrip voor oorlogsslechtoffers en op dat moment begon Nederland zich te realiseren dat er meer moest worden gedaan voor oorlogsslachtoffers. Het was het begin van de verzorgingsstaat en in deze jaren werden monumenten gebouwd en organisaties opgericht, zodat mensen die de oorlog hadden meegemaakt de oorlog een plekje konden geven en konden proberen om de oorlog te verwerken.

Het eerste monument voor Nederlands-Indië was het Indië-monument, dat in 1960 werd onthuld. Het monument werd onthuld bij de 25e nagedachtenis van de bevrijding van Indië uit de handen van de Japanners. Uit de herdenking en bijeenkomst die in 1960 werd gehouden bleek dat er veel behoefte was aan herdenkingen en bijeenkomsten, maar het duurde nog tot de jaren 80 voordat er echt vooruitgang werd geboekt op dit terrein.

In de jaren 80 werden er verschillende monumenten ter nagedachtenis van de oorlog in Indië gemaakt en onthuld. Zo werden in 1988 een monument van de Bulgaarse Jaroslawa Dankowa onthuld door Koningin Beatrix. Het was voor veel mensen die de oorlog hadden meegemaakt de definitieve erkenning voor de Indische oorlog en de Indische samenleving, in en buiten Nederland.

Er kwamen in de jaren 80 ook monumenten voor de Japanse vrouwenkampen, KNIL, de jongenskampen en de spoorweg tussen Birma en Siam die met gevangen werd aangelegd. In latere jaren volgende nog enkele andere monumenten waaronder een monument voor zeetransporten, Dampit, de Papua strijders en Glodok.

De Indische gemeenschap en iedereen die met de oorlog te maken heeft gehad heeft nu meer mogelijkheden en gedenktekens om de oorlog te herinneren en de meeste monumenten hebben voor de meeste Indiërs grote waarde, ondanks het feit dat ze eigenlijk veel te laat zijn gemaakt. Zoals het bekende spreekwoord al zegt “Beter laat dan nooit”.